nieuweruit
Het Meetjesland wordt omzoomd door vier belangrijke en snelle verkeersassen:

  • de N49 (expresweg Antwerpen-kust)
  • de N44 (Maldegem-Aalter)
  • de R4-West (De ring rond Gent)
  • De E40 (autosnelweg Oostende-Gent-Brussel)

Deze indeling staat ook beter gekend als de "Ruit met het hoedje".

Sinds 1997 (Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen) heeft De Lijn heel wat inspanningen geleverd op het openbaar vervoer te verbeteren. Hieronder wordt een overzicht gegeven van projecten in het Meetjesland die zijn opgestart na 1997. Een goed alternatief voor uitbreiding van de reguliere buslijnen in dunbevolkt gebied is de Belbus. De belbus rijdt zeven dagen op zeven, tegen de prijs van een gewone busrit. Wie gebruik wil maken, maakt vooraf hier een afspraak.

In juni 1997 werd gestart met de belbus Meetjesland. Via deze belbus reis je van en naar iedere bushalte in Eeklo, Sint-Laureins, Kaprijke en Assenede.Sinds november 2000 is er - in het kader van het nieuwe decreet basismobiliteit van de Vlaamse Gemeenschap - een tweede belbusgebied in het Meetjesland. De belbus Aalter-Maldegem-Knesselare brengt je van en naar iedere bushalte in Maldegem, Aalter en Knesselare. Ter hoogte van Balgerhoeke kerk is er aansluiting met de belbus Meetjesland.Sinds oktober 2001 rijdt er ook een belbus in Evergem. Dit belbusgebied overlapt een stuk van het belbusgebied Meetjesland (Assenede, Kaprijke, Sint-Laureins en Eeklo).

Sinds juli 2002 rijdt een tweede belbus in het gebied Meetjesland en werd het belbusgebied uitgebreid met Ertvelde en een halte in Sas van Gent. De lijn 97 (Eeklo-Ertvelde-Zelzate) werd opgewaardeerd.

 

 

Handige links bij het plannen van een fietstocht

http://www.fietsroute.org/fietsrouteplanner 
http://www.toerismemeetjesland.be/nl/fietsroutes 
http://www.vlaanderen-fietsland.be/fietsroutes-regio/meetjesland 

Toekomst Meetjeslandse fietsinfrastructuur

In de toekomst zullen de Vlaamse Overheid en de Provincie sterk investeren in een veilige fietsinfrastructuur. Dit zou het aandeel van het fietsverkeer in de woon-werkverplaatsingen (12,5%) en het woon-schoolverkeer (27,4%) moeten stimuleren.23 Via het aanleggen van infrastructuur binnen Bovenlokaal Functionele Fietsroutenetwerk (BFF), fietssnelwegen en Lange Afstandsfietspaden (LAF) en de subsidiëring van fietspaden binnen het Gemeentelijk Lokaal Fietsnetwerk wil de Provincie Oost-Vlaanderen zich profileren als ‘Oost-Vlaanderen, fiets- en wielerprovincie’. De vooruitgang van deze werken wordt weergegeven in de onderstaande kaart.Fietspaden lange afstand


23 Bron: Beleidsnota Mobiliteit en Openbare werken 2014-2019

Het Meetjesland wordt bediend door twee belangrijke spoorlijnen:

  • De verbinding Brugge-Aalter-Gent-Brussel (lijn 50), met stopplaatsen in Maria-Aalter, Aalter Bellem, Hansbeke en Landegem
  • De verbinding Gent-Eeklo (lijn 58), met stopplaatsen in Eeklo, Waarschoot en Sleidinge. De vroegere spoorlijn Eeklo-Zelzate is al geruime tijd in ongebruik en de verbinding Eeklo-Maldegem enkel nog door het Stoomcentrum van Maldegem wordt gebruikt voor toeristische ritjes.

treinkaart500px

Het is niet evident om een streek goed te ontsluiten, zoals de situatie van het openbaar vervoer in het Meetjesland illustreert. De regio is zeer uitgestrekt. Met uitzondering van de knooppunten in de regio zijn de burgers aangewezen op bussen die met uitzondering van de spitsuren, een lage frequentie hebben. Mensen die snel ergens willen geraken en dus niet graag wachten moeten de fiets, brommer of auto nemen. Daarnaast heeft de flexibilisering van de arbeid ook een impact op de mobiliteit. Mensen die flexibele uren hebben, in ploeg-, of ‘s nachts werken zij op zichzelf aangewezen om te pendelen.

Een aantal waterwegen en kanalen doorkruisen het Meetjesland.

Het kanaal Gent-Brugge is bevaarbaar voor schepen tot 2.000 ton tot in Aalter. Verderop is het gabariet beperkt tot 600 ton (onder bepaalde voorwaarden tot 1.000 ton). Tussen Aalter en Brugge is de breedte beperkt en rond Steenbrugge en Brugge staan hinderlijke bruggen. Ook de Dampoortsluit te Brugge is te beperkt. Mits er gewerkt wordt aan bovengenoemde obstakels, kan het kanaal bevaarbaar gemaakt worden voor schepen tot 2.000 ton.

Het Schipdonkkanaal (Afleidingskanaal van de Leie) loopt vanuit Deinze naar het noorden en kruist het kanaal Gent-Brugge ter hoogte van Schipdonk. Op dit stuk is het bevaarbaar voor schepen van maximaal 1.350 ton. Op het stuk Schipdonk-Eeklo is het kanaal maar bevaarbaar voor schepen van 300 ton (een voorbijgestreefde tonnenmaat voor moderne binnenschepen). Vanaf Balgerhoeke is het kanaal niet meer bevaarbaar; het kanaal heeft er enkel een waterafvoerfunctie.

Het Leopoldkanaal in het noorden (vanuit Zelzate) is niet bevaarbaar en dient enkel als afwatering, net als de Lieve, de Burggravenstroom en het Leiken. Het Leopoldkanaal werd in de periode 1843-1954 aangelegd om de waterafvoer in het poldergebied te verzekeren. In 1989 werd het kanaal in twee panden opgedeeld door het bouwen van de stuw van Sint-Laureins. Het verontreinigde water van de Eeklose watergang werd hierdoor via het westelijk pand afgeleid naar de Noordzee. In oostelijke richting watert het kanaal af naar de Westerschelde via het Isabellakanaal. In de volksmond noemt men dit kanaal ‘de Blinker’ (Oostelijk gedeelte) en ‘de Stinker (Westelijk gedeelte).